π’ππ πΌπ³ ππ΅π² π―πΉππ²β¦
12-05-2026 |
Vrijdagavond, half zeven, met één teen al in het weekend, gaat de telefoon.
Een opdrachtgever met wie ik regelmatig samenwerk.
We nemen nog even kort de stand van zaken door.
En ineens, out of the blue, zegt hij:
βIk wil je wel een contract aanbieden.β
In eerste instantie denk ik: wauw.
En een seconde later kruipt de twijfel al onder mijn huid.
Zoβn intern dilemma waarop je denkt: ja. En bijna tegelijk: nee.
In mijn fantasie zag ik al een nieuwe auto door de heuvels van Toscane rijden.
Het geld had ik in mijn hoofd al meerdere keren uitgegeven.
Maar ik wist ook: de kans is groot dat die vaste baan me na een half jaar gaat benauwen.
Dit patroon is niet nieuw.
Ook de omgeving had er meteen iets over te zeggen.
βOh, wat leuk!β
βOh, wat fijn. Dan heb je zekerheid.β
En terwijl ik daarnaar luisterde, besefte ik:
dit gaat over jou, niet over mij.
Misschien herken je dit.
Dat anderen feilloos weten wat goed voor je is. En dat jij zelf langzaam uit het middelpunt van het gesprek verdwijnt.
Natuurlijk is er niets mis met kiezen voor zekerheid.
Voor wat veilig voelt.
Wat bekend is.
Wat comfortabel lijkt.
Totdat het gaat schuren.
En je merkt dat die keuze haaks staat op de manier waarop je in het leven wilt staan.
Niet de Toscaanse heuvels, maar de dijk bij Noordpolderzijl bood deze keer uitkomst.
Wind, ruimte en geen opsmuk.
Met uitzicht op βt Zielhoes realiseer ik me opnieuw: ik heb zelf de regie, en soms betekent dat geluk boven gemak. π

